Lesidee: Uitspraak oefenen met Voicereader

Een van de dingen waar je als talendocent enorm moet stoeien met je klassetijd is de uitspraak van de taal. De uitgevers voegen inmiddels allerlei slims toe aan hun methodes, maar ja, van cd’s tot online nazegoefeningen: als je er als docent niet achteraan zit blijven de CD’s in het hoedje en komen de online oefeningen nooit in de favorieten van je bloedjes van leerlingen.

Een van de dingen die je dan doet is leerlingen spelletjes laten doen waarbij ze dingen tegen elkaar moeten zeggen. En later, als ze een beetje zinnetjes kunnen maken, laat je ze kleine presentatietjes geven aan elkaar en aan de hele klas. Natuurlijk met behulp van rubrics waar een van de criteria de uitspraak van de doeltaal is. Maar ja, dan gebruiken ze weer zinnetjes die niet direct in zo’n online database zitten. Zucht.

Er bestaat ( gejuich alom) nu een prachtige indrukwekkend goed gemaakte app die Voicereader heet. Een sterk staaltje van wat zo’n stukje software vermag. Je stelt de gewenste taal in ( er zijn er 21, met diverse locale varianten ( Canadees Frans, waarom niet?) en de keuze uit een mannelijke of een vrouwelijke stem), je tikt of plakt jouw tekst in en laat de stem het verhaal voorlezen. Je kunt de fragmenten pauzeren en dus na zeggen.

Voicereader

Je kunt de snelheid van spreken aanpassen als het je allemaal een beetje te snel gaat. Dit is een app die erom vraagt te worden ingezet als serieus hulpmiddel bij taalonderwijs!

Met de Mac-app reflection, waar Helikon over schreef, heb ik een kort instructiefimpje gemaakt. Merk op hoe vloeiend de app spreekt in vergelijking met de presentator ;-(

Wachten met de invoering van de iPad in de klas of niet?

Vrijdag voor de vakantie was ik met Paul Scharff uitgenodigd op het Vossius gymnasium, waar men ook overweegt de iPad als leermiddel te gaan gebruiken.
Paul vertelde e.e.a. over de aanleiding om met het apparaat te gaan werken en ik heb over onze ervaringen verteld met de scholing en de opbrengst daarvan.
Grappig om te zien was dat de zaal verdeeld was in drie groepen, grosso modo: een grote groep die de verhalen aanhoorde, een groepje dat stuiterend van enthousiasme vooral benieuwd leek naar de succesverhalen en een groep waarin vooral de scepsis overheerste.
Een toehoorder vatte ons verhaal samen: “eigenlijk zeggen jullie: wacht nog maar een paar jaar, totdat dit uitontwikkeld is door de uitgeverijen.”
Feitelijk ben ik daar niet zo zeker van: het is wel de meest “gerieflijke” manier van werken. In feite wacht je gewoon op een betere methode. Mooiere plaatjes, betere oefeningen, zoals je dat al jaren deed. De methodemakers bepalen een manier van werken voor je en jij voert die uit. Toetsen liggen klaar, het is aangepast aan de kerndoelen of eindtermen. Makkelijk toch?
Dat wel, maar het wringt ook met mijn beeld van de professionele docent, die mede ontwikkelt, leermiddelen uitprobeert die naast de methode bruikbaar zijn. En dan is de iPad mede een middel om dingen uit te proberen die door heel veel anderen worden ontwikkeld, veel meer dan het verlichte despotisme van de methodes. Alleen, ja, wel duur en vrij snel “ouderwets”.
In “drive” van Daniel Pink beschrijft hij de drie elementen die mensen tot grotere prestaties brengen: autonomie, meesterschap en zingeving. (dank je wel, Michel van Ast, voor het noemen van dit boek in je presentatie).
De leraar van nu ziet zichzelf steeds meer als melkkoe in de intensieve menshouderij – zie de stakingen van de afgelopen tijd. Door zijn autonomie terug te eisen en te werken aan zijn meesterschap – door samen met anderen te onderzoeken wat efficiĆ«nte werkvormen zijn, met en zonder ICT middelen kan hij weer zin geven aan zijn leven als docent en zin krijgen in het werken met zijn leerlingen.
Hoe zien jullie dit: moeten we wachten tot iemand iets heeft uitontwikkeld, of zelf aan het werk met apparatuur die misschien niet helemaal aan onze verwachtingen voldoet, maar waarmee wel weer andere dingen kunnen dan waar we normaal gesproken mee werken?